voor de landschapsfotograaf

Werken met de Hyperfocale afstand

 

Hyperfocale afstand, een veel gehoorde term in de landschapsfotografie. Ik gebruik de hyperfocale afstand net zoals veel andere landschapsfotografen vaak bij het scherpstellen van mijn landschapsfoto’s. Maar wat is het precies en hoe en waarom gebruik je het in het veld?

Er zijn verschillende definities van de hyperfocale afstand. Binnen de fotografie komt het ruwweg hier op neer:

Hyperfocale afstand:

De hyperfocale afstand is een scherpstelafstand bij een gegeven brandpuntsafstand en diafragma, waarbij de grootst mogelijke scherpte-diepte bereikt wordt. Indien de lens op deze afstand wordt gefocust zullen alle onderwerpen vanaf de helft van deze afstand tot oneindig scherp worden weergegeven.

De hyperfocale afstand is van verschillende factoren afhankelijk, maar de belangrijkste en meest gebruikte zijn de brandpuntsafstand van de lens, het gebruikte diafragma en de gebruikte sensor (full-frame of APS-C/H). Onderstaande tabellen geven de verschillende hyperfocale afstanden weer bij de meest gebruikte brandpuntsafstanden en diafragma’s in de landschapsfotografie.

Hyperfocal distance full frame camera's

Hyperfocal distance full frame camera’s

Hyperfocal distance APS-C camera's

Hyperfocal distance APS-C camera’s

Bij tabel 2 staat aangegeven dat de hyperfocale afstanden van APS-C camera’s met een 1.5 cropfactor (bv. Nikon, Sony) en een 1.6 cropfactor (bv. Canon) identiek zijn. Dit is natuurlijk niet het geval, maar de verschillen zijn zo klein dat het in de praktijk geen effect zal hebben en daarom zijn ze samengevoegd in één tabel. Aangezien bij APS-C camera’s i.v.m. de cropfactor vaak super-groothoek lenzen gebruikt worden zijn hier ook de hyperfocale afstanden van 10mm, 12mm en 14mm toegevoegd.

 
 

Waarom gebruik je het?

Fields of color - Rural Groningen, The Netherlands
Zoals de definitie al aangeeft kun je door scherp te stellen op de hyperfocale afstand een maximale scherptediepte bereiken. Hoe meer diepte je in je landschapsfoto aanbrengt, hoe belangrijker dit wordt. Je wilt immers je voorgrond onderwerp scherp weergeven, maar ook alles op de achtergrond in je foto. Hoe groter de scherptediepte, hoe meer details in je foto scherp worden weergegeven. Een ruwe regel die in de praktijk vaak gebruikt wordt is de 1/3-2/3 regel. De scherptediepte begint vaak 1/3 voor het scherpstelpunt en eindigt 2/3 achter het scherpstelpunt. Maar dit is wel een erg ruwe regel en in de praktijk lang niet altijd betrouwbaar. Scherp stellen op de hyperfocale afstand is de meest accurate manier om voor een maximale scherptediepte te zorgen.

 

Hoe gebruik je het?

Gebruik maken van de hyperfocale afstand is relatief simpel. Alles wat je nodig hebt is de juiste tabel en je moet afstanden een beetje in kunnen schatten.

Voorbeeld:

We maken een landschapsfoto met een full frame camera en we gebruiken de lens op een brandpuntsafstand van 20mm met een diafragma van f11. In tabel 1 kunnen we dan aflezen dat de hyperfocale afstand bij f11 op 20mm 1,2 meter bedraagt. Dat betekent dus dat als we scherp stellen op een afstand van 1,2 meter gemeten vanaf onze lens, dat alles vanaf 0,6 meter (de helft van 1,2 meter) tot aan oneindig scherp wordt weergegeven. Meet ik dat met een meetlat? Nee, dat doe je uiteraard op zicht door de afstand in te schatten. Ik kies bij het scherp stellen een punt uit dat ruwweg 1,2 meter bij mij verwijderd is. Het enige waar ik rekening mee moet houden is dat mijn voorgrond onderwerp zich dus ook bevindt binnen die scherptediepte afstand. Mijn scherptediepte begint immers op 0,6 meter afstand van mijn lens. Bevindt het voorgrond onderwerp zich bijvoorbeeld op 0,4 meter afstand, dan zal het niet scherp worden weergegeven en zal ik dus mijn positie tot het voorgrond onderwerp moeten aanpassen.

Aduarderzijl, The Netherlands